Aanvulling of alternatief voor foundation

Concealer gebruik je in combinatie met foundation of juist zonder. Met een concealer camoufleer je specifieke delen in je gezicht. Meestal is een concealer dan ook sterker gepigmenteerd dan een foundation. Waarom zou je het precies gebruiken?

Met een concealer bedek je donkere kleuren en oneffenheden als rode plekjes en pigmentvlekken. Concealer is ook een goed alternatief voor foundation. Je stipt alleen de plekjes aan die je wilt bedekken, poedert het licht af, zonder dat je een ‘laag’ op je gezicht hebt. Het ziet er vaak wat natuurlijker uit dan foundation. Bij de keuze van een concealer is de kleur en de substantie belangrijk en de plekken waarvoor je het gebruikt.

Welke kleur concealer?

De ondertoon van je huid is hierbij bepalend. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een huid met een gele ondertoon of een huid met een blauwe ondertoon. Bij een gele ondertoon past een concealer met een gele ondertoon, bij een blauwe ondertoon een concealer met een roze ondertoon. Een concealer moet net iets lichter zijn dan je eigen huidskleur, maar pas op dat deze niet te licht wordt. Onder je ogen bereik je al snel het ‘panda effect’.

Vreemde kleuren concealer

Je hebt misschien weleens zo’n mintkleurige concealer in stickvorm gezien. Wat moet je in hemelsnaam met zo’n huidvreemde kleur? Er bestaan meer vreemde concealer kleuren: blauw, geel, lila, oranje en roze. In de kleurenleer bestaan er contrasterende kleuren. In de kleurencirkel liggen deze kleuren recht tegenover elkaar. Naast elkaar werken ze versterkend, vermengd met elkaar neutraliserend. Het zijn dus zogeheten corrigerende concealers.

  • Groen: gebruik je tegen rode oneffenheden in je gezicht, zoals puistjes en rode littekens.
  • Blauw: helpt tegen oranje pigment in je huid. Denk aan pigmentvlekken.
  • Lila: werkt tegen gele plekken. Bijvoorbeeld een blauwe plek die inmiddels geel is geworden.
  • Geel: camoufleert blauw, dus goed tegen blauwe plekken en bijvoorbeeld donkere kringen onder je ogen.
  • Roze: maakt een grauwe huid weer fris en helder. Ook tegen donkere kringen onder je ogen, afhankelijk van de ondertoon van je huid.
  • Oranje: werkt goed tegen wallen bij mensen met een donkerdere huidskleur.

Werk een concealer in een corrigerende kleur wel altijd af met een concealer en/of foundation in je eigen huidskleur om een onnatuurlijke waas te voorkomen.

Soorten concealers

Concealers bestaan er in verschillende vormen, allen met hun eigen werking.

  • Potlood concealer: hygiënisch in gebruik omdat je deze steeds bijslijpt. Handig om specifieke plekjes aan te stippen.
  • Stickvorm concealer: handig om op precieze wijze bepaalde plekken te camoufleren. Over het algemeen droger, dekkende en dikker van substantie.
    Compacte concealer: bijvoorbeeld in een doosje of stickvorm. Meestal droger, dekkende en dikker van substantie.
  • Vloeibare concealer: meestal in een tube of een pen met kwastje eraan, die je moet draaien of klikken om de concealer eruit te krijgen. Dunnere substantie, makkelijk uitsmeerbaar.
  • Crème concealer: een tussenvorm, meestal in potje of doosje. Dekkend, maar minder dan de compacte concealer.
  • Mousse concealer: een luchtige substantie, maar meestal minder geschikt voor een vette huid. Pas wel op voor een ‘cakey’ look. Dit ontstaat ook wanneer je je concealer te dik aanbremgt.

Verder kan je een concealer kiezen al naar gelang je huidtype, normaal, droog of vet, en met of zonder Sun Protection Factor: SPF.

Concealer aanbrengen

Er bestaat een discussie of je concealer nu voor of na je foundation aanbrengt. Ervoor zou een natuurlijker look geven. Erna is weer logischer. Bepaalde plekken hoef je niet meer te bedekken met een concealer, je veegt de concealer niet eventueel eraf en creeert een zo natuulijk mogelijke look. Een compacte concealer wrijf je er minder snel af dan een vloeibare concealer.

Poeder concealer ook altijd af, wil je dat deze niet gaat glimmen, glijden of in de lijntjes kruipt. Voor het meest natuurlijke effect gebruik je een kwast en een compacte of losse poeder. Een losse, transparante poeder is het meest naturel, omdat deze alleen matteert en verder geen pigment bevat. Gebruik anders een kleur die overeenkomt met je eigen huidskleur.

Onder je ogen

Breng eerst een niet (te) vette crème aan onder je ogen om schilferen van de huid te voorkomen en laat deze eerst goed intrekken. Het beste gebruik je een vloeibare of crème concealer, een stick is vaak te dekkend en droog en kruipt sneller in de lijntjes. Een concealer met lichtreflecterende deeltjes is erg mooi. Breng de concealer aan met een kwastje, de tube, de sponsapplicater of met je vingers, daar waar de huid donkerder oogt. Breng het niet te dicht tegen de wimperrand aan, maar dep het voorzichtig die richting uit, zodat het niet tussen de wimperrand komt. Doe het zuinig in eerste instantie, je kunt altijd nog extra dekking aanbrengen. Zo voorkom je een ‘pandalook’. Dep de concealer zachtjes om te verspreiden. Niet wrijven over de tere huid onder je ogen! Poeder het altijd af om te voorkomen dat de concealer uitloopt of in de lijntjes kruipt.

Oneffenheden wegwerken

Breng eerst je dagcrème aan en zorg dat deze goed intrekt. Om puistjes, pigmentvlekken en andere oneffenheden te camoufleren gebruik je juist beter een stickvorm, vanwege de betere dekking. Stip de oneffenheid zuinig aan, je kan altijd nog meer aanbrengen. Zo voorkom je dat je het niet camoufleert, maar juist benadrukt. Gebruik een kwastje of je vingers, dat is hygiënischer dan met de camouflagestick zelf. Poeder het daarna af om glijden te voorkomen.

En bedenk: bedek niet altijd je huid. Laat je huid op een binnenzitzondag eens lekker ademen!

Lees verder…

Lees meer over: